Ga naar de hoofdinhoud

Sinds 2013 maken we speciale comfortabele Y-hondentuigjes en lijnen uit onvrede met wat er destijds op de markt was. Onze tuigen zijn ontworpen met het oog op draagbaarheid en pasvorm. Onze achtergrond in gedrag en anatomie heeft geholpen om onze producten optimaal te krijgen in ontwerp en prijs. Een Y-tuigje is een tuig wat een Y-vorm maakt als je recht van voren naar de borst van de hond kijkt. Het wordt ook wel een H-tuig genoemd. Een borsttuig is juist een tuig waarbij een band horizontaal over de borst loopt (al dan niet met anti-trek ring) en dit bevelen we zeker NIET aan!

Waarom deze Y-vorm?

Anatomisch gezien is deze vorm het meest ontlastend voor de hond. Doordat het deel rond de nek als een zeer lage halsband zit, ‘leunt’ het op het skelet van de hond en niet op de weke delen. Ook blijft hierdoor de schouder vrij. Dit is speciaal van belang omdat niet alleen de onderarm en bovenarm bewegen, maar ook het hele schouderblad naar voren beweegt bij het lopen. Zie foto:

Oksel

Ook blijft bij dit tuig bij de juiste afstelling uit de oksel van de hond. Zo heeft hij bij het bewegen geen last van schurende materialen in de zachte huid van de oksel. 

Passen

We zetten het tuig altijd op de kleinste stand. De 5 verstelpunten staan dan allemaal gelijk.

  1. Haal de clipjes los die om de buik gaan (bij de ring voor de riem)
  2. Doe 1 van de 2 clipjes van de ‘lage halsband’ los, en doe hem om bij je hond net als een halsband. Meestal gaat dit, ongeacht of hij veel te klein zit of niet.
  3. Leg de rugband recht over de wervelkolom, het ringetje voor de riem richting de staart. 
  4. Nu reik je vanaf de buik (dus achter de voorpoten) tússen de voorpoten door naar het bungelende deel onder de hals.
  5. Trek dit recht naar achteren en doe 1 voor 1 de clipjes links en rechts vast. De clipjes kunnen maar op 1 manier dicht. Dus tenzij je 2 draaien hebt gemaakt in het tuig, kan je je niet vergissen.
  6. Bij het groter maken van het hals- of buikdeel altijd aan beide zijden gelijk verstellen.

Hoe moet het zitten?

  1. De ‘lage halsband’ moet zo zitten dat je bij het kruispunt van de Y het puntje van het borstbeen kan vinden. 
  2. Rondom de borst moet je aan 1 kant een vlakke hand tussen de hond en het tuigje kunnen steken. Bij een klein tot zeer klein hondje iets minder uiteraard. Hou er rekening mee dat een hond soms zijn adem inhoudt en spanning vasthoudt als hij net een nieuw tuig aan heeft. Laat hem dus even een rondje snuffelen voor je dit meet.
  3. De band die tussen de poten loopt regelt hoe ver de band uit de oksel zit. Bij een zeer kleine hond moet er 1 vingerdikte tussen de band en oksel zitten, bij een medium hond 2, en bij een grote hond 3. Let op: laat je daar teveel ruimte, dan kán het tuig te ver naar achteren zitten, namelijk over de zwevende ribben en richting het zachte deel van de buik. Dit willen we zeker niet.
  4. Als je gaat wandelen mag het tuig niet teveel bewegen.
    1. voorwaarts zachtjes trekken: het tuig mag maximaal 1 of 2 cm naar achter verplaatsen, bij grote honden iets meer. Meer beweging betekent het strakker zetten van het halsdeel.
    2. zijwaarts zachtjes trekken: het tuig mag niet echt draaien, en moet bij wat draaiing weer rechttrekken als de hond verder loopt of zich even uitschudt. Meer draaiing betekent het strakker zetten van de buikband.
    3. Let op dat de oksel dus goed vrij is bij beweging. Is de oksel niet vrij genoeg of juist te vrij (over zwevende ribben)? Dan de band tussen de poten verstellen.

Levert dit nog vragen op? Mail ons dan gerust op info@b-friend.nl

Sluit menu